Men zegt vaak dat ik in verschillende stijlen werk:

 

Men ziet olieverfschilderijen van mens of dier in veel kleuren, duidelijke penseelstreken, grote contrasten en met typerende lijnen. Die schilderijen lijken, zegt men, ook al is zijn ze eerder expressionistisch dan realistisch. Soms vraagt men me dan ook een portret te maken.

Ook ziet men schilderijen waar vlakken het uitgangslandschap overheersen in een lyrische dans van kleuren en verf. Dit noemt men dan bijna abstract, ware het niet dat sommige kleurvlakken een herkenbare vorm vertonen, een boom, een kerktorentje.

Dan weer ziet men hardere lijnen, bijna constructivistisch, bijna grafisch bruut binnenkomen in het zicht. Geen ontwijken mogelijk.

 

Vanwaar die verschillen?  Het antwoord is eenvoudig: Het ligt aan het onderwerp.

Een schilderij ontstaat uit fascinatie, in mijn geval is dat vaak natuur en levende wezens. Gedurende het begin van het proces maak ik foto’s, schetsen en bepaal compositie en grootte, alsmede het materiaal.

Sommige schetsen monden niet uit in een groter werk, ze blijven broeden in het schetsboek of drukken als klein werk al uit wat ik wil, en de fascinatie is gesust.

Een groot werk begin ik voorzichtig, realistisch zo te zeggen: Alle ogen en neuzen op de juiste plaats. Daarna volgt er een proces van afgewisseld intuïtie en analyse, voelen en denken. Dat kan, in het geval van een schilderij, wel meerdere jaren duren. Ik voed het schilderij en het schilderij voedt mij, de fascinatie evalueert, er ontstaat een dialoog net alsof je met een levend persoon praat, overlegt, of soms zelfs schreeuwend ruzie maakt.

Daardoor pakt het ene werk heel expressief uit en het andere zacht realistisch, of constructivistisch, of minimalistisch. Alles staat of valt met het respect dat je kan opbrengen voor je fascinatie, je onderwerp en de groei die er plaatsvindt.

 

Laatst heb ik mijn oma getekend. Oma is al 35 jaar dood. De bijgewerkte foto was voldoende om mijn herinnering wakker te maken en haar met liefde potlood- voor potloodstreepje te laten manifesteren. Voor ons allebei was dit juist. De geschilderde Oma-pogingen verdwenen in het afval.

 

De kleine, kleurige werken zijn puur intuïtieve werken, een heerlijk spel van zoeken, voelen combineren en er woordlooswijzer uitkomen.

 

Hella De Boo, verhaal expo COCO-MAT Rotterdam, oktober 2018

Reageer op dit bericht